Wanneer een paard 30 dagen of langer op een locatie verblijft, moet deze locatie geregistreerd worden bij RVO. Daarvoor zijn twee stappen nodig:
- De locatiehouder vraagt een UBN (Uniek Bedrijfsnummer) aan via mijn.rvo.nl.
- De paarden op de locatie worden gekoppeld aan dit UBN.
Dit geldt voor alle paarden, hobbymatig of bedrijfsmatig gehouden.
Een bedrijf met meerdere aparte stalplaatsen kan voor elke locatie een eigen UBN aanvragen. Een bestaand UBN kan worden uitgebreid met paardachtigen.
Paard koppelen aan het UBN
De exploitant van het paard meldt het dier op het juiste UBN via mijn.rvo.nl onder Paarden melden.
Hiervoor zijn nodig:
- het UBN van de locatie,
- het chipnummer of levensnummer van het paard,
- de datum van de melding.
Als een dier niet wordt gevonden, adviseert RVO altijd het chipnummer te gebruiken. Wanneer het paard wel in de KWPN-database staat maar niet bij RVO wordt gevonden, kan KWPN ondersteunen.
Meer informatie identificatie en registratie van paardachtigen
Lokale administratie
Naast de RVO-registratie moet de locatiehouder een lokale administratie bijhouden van:
- Paarden die permanent op de locatie verblijven (naam & chipnummer).
- Paarden die tijdelijk binnenkomen (datum, naam, chipnummer, UBN van herkomst).
- Paarden die tijdelijk vertrekken (datum, naam, chipnummer, UBN van bestemming).
Verplaatsingen langer dan 30 dagen moeten ook worden gemeld bij RVO. Voor fokkerijlocaties geldt een termijn van 90 dagen (bijvoorbeeld dekstations). De lokale administratie moet drie jaar worden bewaard. Korte verplaatsingen (wedstrijd, buitenrit, training) hoeven niet lokaal te worden geregistreerd.