KWPN Database
Afstammelingenrapportage
Afstammelingen 1989 (veulens)
Van deze wachthengst werden veulens getoond, die qua ontwikkeling wat wisselend bleken te zijn. Doorgaans zijn ze voldoende ontwikkeld, maar er werden ook veulens getoond die wat royaler hadden kunnen zijn. De veulens zijn matig rijtypisch gebouwd; ze zijn veelal hoogbenig en ondiep. De samenstelling van de collectie was redelijk uniform.
Het hoofd is sprekend, maar veelal lang en vertoont soms een iets bolle profiellijn. De halsvorm is goed met een goede neklengte. De lengte van de hals is goed, zij het meermalen wat arm bespierd in de bovenlijn. De schoft is veelal kort en weinig ontwikkeld, een enkele uitzondering daargelaten. De schouder is zonder uitzondering kort en recht. De rug is vrij algemeen lang. De lendenpartij zou een royalere bespiering kunnen hebben. De croupe is vaak kort en soms plat. Het voorbeen is over het algemeen fijn gebouwd en de stand is wisselend: soms goed, soms steil, soms hol. Het achterbeen is vrij algemeen lang en sterk gebogen; overigens komt ook nog wel eens een recht achterbeen voor. De overgang van pijp naar spronggewricht is over het algemeen vrij scherp.
De stap is voldoende ruim en krachtig. De draf laat over het algemeen veel ruimte zien met een goed gebruik van het achterbeen. Het voorbeen blijft in draf nog wel eens vlak en in een aantal gevallen zou er ook sprake kunnen zijn van even meer schoudervrijheid. Er liepen in de collectie overigens ook veulens mee die excellent draafden met veel balans en een lang zweefmoment.
Kort samengevat: de veulens zouden meer diepte moeten hebben. Ze zijn matig rijtypisch met veel front. De bewegingen hebben veel ruimte met een goed gebruik van het achterbeen.
Getoond: 32 veulens uit 43 dekkingen.
Afstammelingen 1990 (veulens in Westfalen)
Met grote spanning werden de eerste veulens tegemoet gezien van de eerste in Westfalen ingezette hengst. Vanuit Nederland was de boodschap overgewaaid dat de hengst bont zou fokken en grote hoofden door zou geven. Dat is niet het geval. De hengst vererft zijn drie uitstekende basisgangen en met name de draf. Alle 30 getoonde veulens lieten een energiek ondertredende achterhand zien met veel elasticiteit. De goed ontwikkelde veulens bleken royaal te zijn gelijnd met opvallend goede schoft/schouderpartij (Dr F. Marahrens, "Reiter & Pferde in Westfalen").
Afstammelingen Ermelo 1992 (Centraal onderzoek nakomelingen)
Overeenkomstig de reglementen van het zogenaamde B-systeem werden vijf a-select gekozen nakomelingen getest. Deze kwamen uit moeders van respectievelijk Joost (2 x), Cartoonist xx, Cadmus xx en Orthos. Een van de vijf kon slechts beperkt worden beproefd als gevolg van een blessure.
De verrichtingsjury heeft vastgesteld dat het ongecompliceerde paarden bleken te zijn, die qua verrichting geen uniforme groep vormde: er twee goede, 1 redelijke en twee matige paarden.
De basisgangen zijn, met uitzondering van de stap, voldoende ruim, wisselend van weinig krachtig tot krachtig. Het achterbeengebruik zou bij enkele paarden beter kunnen zijn. De galop is de beste gang. Het vrij springen varieerde van matig tot goed. De goede paarden beschikten over veel afdruk, een goede beentechniek en ruggebruik. De paarden lieten zich, op een na, goed bewerken.
Op stal en tijdens de verzorging gedragen de nakomelingen zich normaal.
Afstammelingen 1997 (januari; 7-jarigen)
De beoordeling van de 7-jarige nakomelingen van de reeds geëxporteerde Democraat is één jaar uitgesteld omdat de sportresultaten niet tijdig beschikbaar waren.
Afstammelingen 1998 (januari; 7-jarigen)
Naar aanleiding van de (uitgestelde) beoordeling/rapportage van zijn 7-jarige nakomelingen blijft Democraat voor de KWPN-fokkerij gehandhaafd.
Democraat
Afstammelingen 2001 (januari; 11-jarigen)
Naar aanleiding van de beoordeling/rapportage van zijn 11-jarige nakomelingen wordt Democraat definitief goedgekeurd.
Van deze wachthengst werden veulens getoond, die qua ontwikkeling wat wisselend bleken te zijn. Doorgaans zijn ze voldoende ontwikkeld, maar er werden ook veulens getoond die wat royaler hadden kunnen zijn. De veulens zijn matig rijtypisch gebouwd; ze zijn veelal hoogbenig en ondiep. De samenstelling van de collectie was redelijk uniform.
Het hoofd is sprekend, maar veelal lang en vertoont soms een iets bolle profiellijn. De halsvorm is goed met een goede neklengte. De lengte van de hals is goed, zij het meermalen wat arm bespierd in de bovenlijn. De schoft is veelal kort en weinig ontwikkeld, een enkele uitzondering daargelaten. De schouder is zonder uitzondering kort en recht. De rug is vrij algemeen lang. De lendenpartij zou een royalere bespiering kunnen hebben. De croupe is vaak kort en soms plat. Het voorbeen is over het algemeen fijn gebouwd en de stand is wisselend: soms goed, soms steil, soms hol. Het achterbeen is vrij algemeen lang en sterk gebogen; overigens komt ook nog wel eens een recht achterbeen voor. De overgang van pijp naar spronggewricht is over het algemeen vrij scherp.
De stap is voldoende ruim en krachtig. De draf laat over het algemeen veel ruimte zien met een goed gebruik van het achterbeen. Het voorbeen blijft in draf nog wel eens vlak en in een aantal gevallen zou er ook sprake kunnen zijn van even meer schoudervrijheid. Er liepen in de collectie overigens ook veulens mee die excellent draafden met veel balans en een lang zweefmoment.
Kort samengevat: de veulens zouden meer diepte moeten hebben. Ze zijn matig rijtypisch met veel front. De bewegingen hebben veel ruimte met een goed gebruik van het achterbeen.
Getoond: 32 veulens uit 43 dekkingen.
Afstammelingen 1990 (veulens in Westfalen)
Met grote spanning werden de eerste veulens tegemoet gezien van de eerste in Westfalen ingezette hengst. Vanuit Nederland was de boodschap overgewaaid dat de hengst bont zou fokken en grote hoofden door zou geven. Dat is niet het geval. De hengst vererft zijn drie uitstekende basisgangen en met name de draf. Alle 30 getoonde veulens lieten een energiek ondertredende achterhand zien met veel elasticiteit. De goed ontwikkelde veulens bleken royaal te zijn gelijnd met opvallend goede schoft/schouderpartij (Dr F. Marahrens, "Reiter & Pferde in Westfalen").
Afstammelingen Ermelo 1992 (Centraal onderzoek nakomelingen)
Overeenkomstig de reglementen van het zogenaamde B-systeem werden vijf a-select gekozen nakomelingen getest. Deze kwamen uit moeders van respectievelijk Joost (2 x), Cartoonist xx, Cadmus xx en Orthos. Een van de vijf kon slechts beperkt worden beproefd als gevolg van een blessure.
De verrichtingsjury heeft vastgesteld dat het ongecompliceerde paarden bleken te zijn, die qua verrichting geen uniforme groep vormde: er twee goede, 1 redelijke en twee matige paarden.
De basisgangen zijn, met uitzondering van de stap, voldoende ruim, wisselend van weinig krachtig tot krachtig. Het achterbeengebruik zou bij enkele paarden beter kunnen zijn. De galop is de beste gang. Het vrij springen varieerde van matig tot goed. De goede paarden beschikten over veel afdruk, een goede beentechniek en ruggebruik. De paarden lieten zich, op een na, goed bewerken.
Op stal en tijdens de verzorging gedragen de nakomelingen zich normaal.
Afstammelingen 1997 (januari; 7-jarigen)
De beoordeling van de 7-jarige nakomelingen van de reeds geëxporteerde Democraat is één jaar uitgesteld omdat de sportresultaten niet tijdig beschikbaar waren.
Afstammelingen 1998 (januari; 7-jarigen)
Naar aanleiding van de (uitgestelde) beoordeling/rapportage van zijn 7-jarige nakomelingen blijft Democraat voor de KWPN-fokkerij gehandhaafd.
Democraat
Afstammelingen 2001 (januari; 11-jarigen)
Naar aanleiding van de beoordeling/rapportage van zijn 11-jarige nakomelingen wordt Democraat definitief goedgekeurd.