KWPN Database
WATERMAN, 1980
♂
HENGST †
◆NORAN x BROOK ACRES SILVERSUL
Afstammelingenrapportage
Afstammelingen 1985 (veulens)
De ontwikkeling van de getoonde veulens liet veelal te wensen over. Enkele exemplaren hadden voldoende ontwikkeling, andere nauwelijks voldoende of te weinig. In type bleken de geprikte veulens maar nauwelijks voldoende te zijn, gevolg van de rechte schouders en matige verbindingen. Bij de uitgezochte veulens was het type beter met een goede schoft/schouderpartij.
Het hoofd is lang en heeft weinig expressie. De hals is wel goed gevormd, maar komt nog wel eens diep weg. De hals staat er voldoende goed op en gaat over in een mooie lange nek en een fijne, goed uitgesneden hoofdaanzetting. Waar schoft/schouderpartij bij de geprikte veulens te wensen overliet, was deze bij de uitgezochte beter met voldoende ontwikkeling en ligging. De rug- en lendenpartij is voldoende, hoewel de veulens in de geprikte groep sterker in de lendenen hadden kunnen zijn. De croupe is vrij algemeen kort en afgerond. Het voorbeen - en met name de voorknie - kon forser zijn ontwikkeld. Het achterbeen is soms goed gesteld, maar soms ook iets recht, hetgeen in het gebruik tot uitdrukking komt. Met name bij de geprikte veulens kwam dikwijls een arme schenkel voor en een beknopt spronggewricht, dat in beweging ook beperkt wordt gebruikt.
Bij de geprikte veulens was de stap onvoldoende ruim, stug en met weinig kracht vanuit de achterhand; bij de uitgezochte veulens was dat beter. In draf ontbeert het een aantal veulens aan echte tuigpaardmanieren. Het achterbeen draagt dan onvoldoende, waardoor de veulens niet klimmen in de voorhand. Het gebruik van het voorbeen is sterk wisselend, soms vlak, soms met sterke knie-actie. De ruimte is over het algemeen in draf wel aanwezig.
De hengst heeft wel goede tuigpaardmerries toegevoerd gekregen.
De veterinaire bemerkingen hebben betrekking op een meermalen voorkomende steile stand van het achterbeen, gecombineerd met arme schenkel en een arme bespiering rondom het kniegewricht, die soms een niet geheel juist functioneren te zien gaven van sprong- en kniegewricht.
Kort samengevat: niet te grote veulens, wisselend van type en bewegingsmechanisme.
Getoond: 24 veulens uit 87 dekkingen.
Niettegenstaande de in het rapport neergelegde bemerkingen heeft de hengstenkeuringscommissie, gezien het eigen prestatievermogen van de hengst, besloten de nafok een kans te geven.
Goedkeuringstermijn 1989
Voor de eerste keer een goedkeuringstermijn van drie jaar (met ingang van 1990) voor Waterman.
Deze hengst wordt dit voorrecht verleend vanwege zijn exterieurvererving. Weliswaar is in zijn veulenrapportage vastgesteld dat hij nog wel eens wisselend wil fokken, maar bij de uitgroei is gebleken dat hij tevens in staat is om producten te leveren van uitzonderlijk hoge kwaliteit. De prestaties van zijn kinderen in het tuig worden met vertrouwen afgewacht.
Keurverklaring 1993
Van deze kampioen van de dekhengsten in tuig lopen inmiddels 45 nakomelingen op de concoursvelden. De hengst blijkt dus zijn prestatie-aanleg te vererven. Op de index neemt hij met 131 punten de vijfde plaats in. Hoewel de eerste veulenjaargang een wat wisselende indruk achterliet, zijn er van Waterman ook kampioenen op exterieurkeuringen gekomen. Als eerste wordt daarbij vanzelfsprekend gedacht aan de meervoudig UTV-kampioene Erina. Van de 99 tot nu toe ingeschreven stamboekmerries behaalden 50 het sterpredikaat, hetgeen een hoge score is. Veertien merries zijn inmiddels keur verklaard. Ook in de mannelijke lijn lijkt Waterman zich te kunnen voortzetten. Van zijn zoons dienen Droomwals, Heineke en Interessant thans de fokkerij terwijl in Imondro de eerste kleinzoon zich reeds heeft aangemeld.
Goedkeuringstermijn 1995 (december)
De hengst Waterman wordt opnieuw voor 3 jaar goedgekeurd.
Afstammelingen 1997 (januari; 11-jarigen)
Naar aanleiding van de beoordeling/rapportage van zijn 11-jarige nakomelingen wordt Waterman definitief goedgekeurd.
Preferentschap 1999
Aan Waterman is het hoogste predikaat toegekend dat hengsten binnen het KWPN kunnen behalen.
Dit predikaat heeft deze tuigpaardhengst te danken aan het feit dat hij een duidelijke stempel zet op de Nederlandse tuigpaard-sport en -fokkerij. Voor het tweede achtereenvolgende jaar voert hij bij de tuigpaardhengsten de sportindex aan nadat hij in 1995 en 1996 respectievelijk een derde en tweede plaats innam. In de sport lopen inmiddels niet minder dan 108 nakomelingen van hem. Meest bekende vertegenwoordigers zijn Achilles, Adrastos, Desiree, Glamoer, Handro, Holland, Iwan, Jasper-KG, Joyse, Koning Karel, Lianne-G, Lukas, Melviro en Rivano. De prestaties van nakomelingen van Waterman op de keuringen zijn eveneens aansprekend. Van de 217 stamboekdochters hebben 102 merries het sterpredikaat behaald. Van deze stermerries hebben 38 het tot keur geschopt. Overigens dient als kanttekening wel vermeld te worden dat Waterman een verkleinende invloed heeft op de stokmaat. In de mannelijke lijn is hij vertegenwoordigd via vier goedgekeurde zonen waarvan Droomwals en Heineke op dit moment nog actief zijn in de fokkerij.
De ontwikkeling van de getoonde veulens liet veelal te wensen over. Enkele exemplaren hadden voldoende ontwikkeling, andere nauwelijks voldoende of te weinig. In type bleken de geprikte veulens maar nauwelijks voldoende te zijn, gevolg van de rechte schouders en matige verbindingen. Bij de uitgezochte veulens was het type beter met een goede schoft/schouderpartij.
Het hoofd is lang en heeft weinig expressie. De hals is wel goed gevormd, maar komt nog wel eens diep weg. De hals staat er voldoende goed op en gaat over in een mooie lange nek en een fijne, goed uitgesneden hoofdaanzetting. Waar schoft/schouderpartij bij de geprikte veulens te wensen overliet, was deze bij de uitgezochte beter met voldoende ontwikkeling en ligging. De rug- en lendenpartij is voldoende, hoewel de veulens in de geprikte groep sterker in de lendenen hadden kunnen zijn. De croupe is vrij algemeen kort en afgerond. Het voorbeen - en met name de voorknie - kon forser zijn ontwikkeld. Het achterbeen is soms goed gesteld, maar soms ook iets recht, hetgeen in het gebruik tot uitdrukking komt. Met name bij de geprikte veulens kwam dikwijls een arme schenkel voor en een beknopt spronggewricht, dat in beweging ook beperkt wordt gebruikt.
Bij de geprikte veulens was de stap onvoldoende ruim, stug en met weinig kracht vanuit de achterhand; bij de uitgezochte veulens was dat beter. In draf ontbeert het een aantal veulens aan echte tuigpaardmanieren. Het achterbeen draagt dan onvoldoende, waardoor de veulens niet klimmen in de voorhand. Het gebruik van het voorbeen is sterk wisselend, soms vlak, soms met sterke knie-actie. De ruimte is over het algemeen in draf wel aanwezig.
De hengst heeft wel goede tuigpaardmerries toegevoerd gekregen.
De veterinaire bemerkingen hebben betrekking op een meermalen voorkomende steile stand van het achterbeen, gecombineerd met arme schenkel en een arme bespiering rondom het kniegewricht, die soms een niet geheel juist functioneren te zien gaven van sprong- en kniegewricht.
Kort samengevat: niet te grote veulens, wisselend van type en bewegingsmechanisme.
Getoond: 24 veulens uit 87 dekkingen.
Niettegenstaande de in het rapport neergelegde bemerkingen heeft de hengstenkeuringscommissie, gezien het eigen prestatievermogen van de hengst, besloten de nafok een kans te geven.
Goedkeuringstermijn 1989
Voor de eerste keer een goedkeuringstermijn van drie jaar (met ingang van 1990) voor Waterman.
Deze hengst wordt dit voorrecht verleend vanwege zijn exterieurvererving. Weliswaar is in zijn veulenrapportage vastgesteld dat hij nog wel eens wisselend wil fokken, maar bij de uitgroei is gebleken dat hij tevens in staat is om producten te leveren van uitzonderlijk hoge kwaliteit. De prestaties van zijn kinderen in het tuig worden met vertrouwen afgewacht.
Keurverklaring 1993
Van deze kampioen van de dekhengsten in tuig lopen inmiddels 45 nakomelingen op de concoursvelden. De hengst blijkt dus zijn prestatie-aanleg te vererven. Op de index neemt hij met 131 punten de vijfde plaats in. Hoewel de eerste veulenjaargang een wat wisselende indruk achterliet, zijn er van Waterman ook kampioenen op exterieurkeuringen gekomen. Als eerste wordt daarbij vanzelfsprekend gedacht aan de meervoudig UTV-kampioene Erina. Van de 99 tot nu toe ingeschreven stamboekmerries behaalden 50 het sterpredikaat, hetgeen een hoge score is. Veertien merries zijn inmiddels keur verklaard. Ook in de mannelijke lijn lijkt Waterman zich te kunnen voortzetten. Van zijn zoons dienen Droomwals, Heineke en Interessant thans de fokkerij terwijl in Imondro de eerste kleinzoon zich reeds heeft aangemeld.
Goedkeuringstermijn 1995 (december)
De hengst Waterman wordt opnieuw voor 3 jaar goedgekeurd.
Afstammelingen 1997 (januari; 11-jarigen)
Naar aanleiding van de beoordeling/rapportage van zijn 11-jarige nakomelingen wordt Waterman definitief goedgekeurd.
Preferentschap 1999
Aan Waterman is het hoogste predikaat toegekend dat hengsten binnen het KWPN kunnen behalen.
Dit predikaat heeft deze tuigpaardhengst te danken aan het feit dat hij een duidelijke stempel zet op de Nederlandse tuigpaard-sport en -fokkerij. Voor het tweede achtereenvolgende jaar voert hij bij de tuigpaardhengsten de sportindex aan nadat hij in 1995 en 1996 respectievelijk een derde en tweede plaats innam. In de sport lopen inmiddels niet minder dan 108 nakomelingen van hem. Meest bekende vertegenwoordigers zijn Achilles, Adrastos, Desiree, Glamoer, Handro, Holland, Iwan, Jasper-KG, Joyse, Koning Karel, Lianne-G, Lukas, Melviro en Rivano. De prestaties van nakomelingen van Waterman op de keuringen zijn eveneens aansprekend. Van de 217 stamboekdochters hebben 102 merries het sterpredikaat behaald. Van deze stermerries hebben 38 het tot keur geschopt. Overigens dient als kanttekening wel vermeld te worden dat Waterman een verkleinende invloed heeft op de stokmaat. In de mannelijke lijn is hij vertegenwoordigd via vier goedgekeurde zonen waarvan Droomwals en Heineke op dit moment nog actief zijn in de fokkerij.