KWPN Database
NURIEL, 1972
♂
HENGST †
◆URIEL x GAGNE SI PEU
Afstammelingenrapportage
Afstammelingen 1982 (veulens)
De goed ontwikkelde veulens hebben maat, breedte en diepte en zijn voldoende rijtypisch gebouwd.
Het hoofd - hoewel correct en droog - is nog wel iets lang. De hals heeft voldoende lengte, maar is nog wel eens arm gespierd. In enkele gevallen komt ook een onderhals voor. De schouder mist nog wel eens de gewenste lengre en zou in verschillende gevallen ook schuiner kunnen liggen. De schoft is over het algemeen nog weinig ontwikkeld. De schouderligging heeft ook tot gevolg dat de rug nog iets lang is met een even gebogen bovenlijn. De lendenpartij is voldoende sterk. De goedgevormde, lange, goed gespierde croupe is voorzien van voldoende lang doorlopende broekspieren. Bij diverse veulens werd een even steile voorstand waargenomen. Ook een hol voorbeen komt nog wel eens voor. Het achterbeen is dikwijls lang bij een iets te kleine hoek in het spronggewricht.
De stap kan sterker en ruimer met royalere ondertreding van de achterhand. De draf is ruim, elastisch en vierkant, in de groep van de geprikte veulens zou de achterhand krachtiger onder kunnen treden.
Nuriël blijkt het beste te passen bij bloedvoerende merries.
De veterinaire opmerkingen hebben betrekking op enkele volle kogels en een iets grove kop van het griffelbeen.
Getoond: 14 veulens uit 55 dekkingen.
De goed ontwikkelde veulens hebben maat, breedte en diepte en zijn voldoende rijtypisch gebouwd.
Het hoofd - hoewel correct en droog - is nog wel iets lang. De hals heeft voldoende lengte, maar is nog wel eens arm gespierd. In enkele gevallen komt ook een onderhals voor. De schouder mist nog wel eens de gewenste lengre en zou in verschillende gevallen ook schuiner kunnen liggen. De schoft is over het algemeen nog weinig ontwikkeld. De schouderligging heeft ook tot gevolg dat de rug nog iets lang is met een even gebogen bovenlijn. De lendenpartij is voldoende sterk. De goedgevormde, lange, goed gespierde croupe is voorzien van voldoende lang doorlopende broekspieren. Bij diverse veulens werd een even steile voorstand waargenomen. Ook een hol voorbeen komt nog wel eens voor. Het achterbeen is dikwijls lang bij een iets te kleine hoek in het spronggewricht.
De stap kan sterker en ruimer met royalere ondertreding van de achterhand. De draf is ruim, elastisch en vierkant, in de groep van de geprikte veulens zou de achterhand krachtiger onder kunnen treden.
Nuriël blijkt het beste te passen bij bloedvoerende merries.
De veterinaire opmerkingen hebben betrekking op enkele volle kogels en een iets grove kop van het griffelbeen.
Getoond: 14 veulens uit 55 dekkingen.