Na goedkeuring voor de KWPN-dekdienst blijft een hengst gedurende meerdere jaren onder beoordeling. Op vaste momenten worden zijn fokkerijresultaten geëvalueerd, waarbij steeds wordt gekeken in hoeverre de hengst bijdraagt aan het fokdoel van het KWPN. Deze beoordelingen vormen samen de basis voor handhaving of eventuele afkeuring.
Beoordeling op veulens
Voor hengsten is er geen traditioneel selectiemoment meer op veulens. In plaats daarvan worden beschikbare gegevens over de nakomelingen van een hengst, zoals exterieur- en bewegingsinformatie, sportresultaten en keuringgegevens, verzameld en in de KWPN-database opgenomen zodra er genoeg betrouwbare informatie beschikbaar is. Deze informatie maakt inzichtelijk wat de verervingskracht van de hengst is op basis van actuele data uit keuringen, aanlegtesten én sportprestaties van zijn nakomelingen, en vervangt daarmee de oude afstammelingenkeuring als informatiebron voor fokkers.
Selectiemoment vierjarige nakomelingen
Wanneer een hengst na de veulenbeoordeling wordt gehandhaafd, volgt het volgende selectiemoment wanneer de oudste nakomelingen vier jaar zijn. Voor de fokrichtingen springen en dressuur moeten minimaal tien nakomelingen zijn beoordeeld tijdens stamboekkeuringen of eerste bezichtigingen. Op basis van fokwaarden voor exterieur en beweging wordt beoordeeld of de hengst voldoende positief vererft. Ook het aantal behaalde predicaten door de nakomelingen wordt meegenomen, evenals de eigen sportprestaties van de hengst. Voor de fokrichtingen Gelderse paarden en tuigpaarden vindt deze beoordeling plaats wanneer de nakomelingen drie jaar oud zijn.
Selectiemoment zevenjarige nakomelingen
Het volgende beoordelingsmoment is wanneer de nakomelingen zeven jaar oud zijn. Voor tuigpaardhengsten is dit het laatste selectiemoment. In deze fase wordt de vererving van sportprestaties nadrukkelijk meegenomen in de beoordeling, naast exterieur en beweging. De beoordeling is gebaseerd op beschikbare sport- en exterieurgegevens die zijn vastgelegd door het KWPN en relevante sportorganisaties. Hiermee ontstaat een betrouwbaar beeld van de sportieve verervingskracht van de hengst. Wanneer een hengst zich op dit moment binnen zijn jaargang en fokrichting duidelijk positief onderscheidt, kan hij in aanmerking komen voor het predicaat keur. Voor toekenning van dit predicaat moeten de nakomelingen van de hengst minimaal zeven jaar oud zijn en aantoonbaar beschikken over voldoende sportkwaliteit. Daarbij speelt ook de exterieurvererving een belangrijke rol. Het behalen van de formele eisen leidt niet automatisch tot het keurpredicaat; de hengst moet zich als geheel onderscheiden binnen de populatie.
Selectiemoment elfjarige nakomelingen
Het laatste beoordelingsmoment vindt plaats wanneer de nakomelingen de leeftijd van elf jaar hebben bereikt. Op dat moment wordt besloten of de hengst definitief voor het leven wordt goedgekeurd of afgekeurd. Voor tuigpaardhengsten vindt deze eindbeoordeling plaats bij de zevenjarige nakomelingen. In de eindbeoordeling staat centraal of de hengst structureel en aantoonbaar bijdraagt aan het realiseren van het fokdoel. Daarbij worden sportindex, exterieurvererving en duurzaamheid van de nakomelingen meegewogen. Wanneer een hengst zich binnen deze beoordeling uitzonderlijk positief onderscheidt, kan hij in aanmerking komen voor het predicaat preferent. Dit is de hoogste onderscheiding die een KWPN-goedgekeurde hengst kan verkrijgen. Voor toekenning van dit predicaat moet de hengst reeds het keurpredicaat hebben behaald en aantoonbaar sterk vererven in exterieur en beweging. Daarnaast is het van belang dat de hengst zijn kwaliteiten duidelijk doorgeeft in de mannelijke lijn. Het predicaat preferent kan, indien van toepassing, ook postuum worden toegekend.