Een gezonde opfok vormt de basis voor een toekomstig welzijnsgericht paardenleven. In de Gids voor Goede Praktijken wordt benadrukt dat jonge paarden behoefte hebben aan bewegingsvrijheid, frisse lucht, sociaal contact en keuzevrijheid, omdat dit aansluit bij hun natuurlijke gedrag en bijdraagt aan zowel fysieke als mentale ontwikkeling.
Beweging voorop
Jonge paarden horen dan ook zoveel mogelijk buiten te lopen, bij voorkeur samen met hun moeder en later in leeftijdsgenoten-groepen. Weidegang en ruime, goed geventileerde loopstallen ondersteunen een sterke botontwikkeling en geven paarden de mogelijkheid natuurlijk gedrag te vertonen, zoals spel, rust en sociaal contact. Volledig op stal houden past niet binnen de aanbevelingen uit de Gids voor Goede Praktijken, omdat het risico geeft op verminderde ontwikkeling en negatieve emoties. Grote en stabiele groepen bieden doorgaans de meeste rust en flexibiliteit in de sociale dynamiek.