Gezondheid is een essentieel onderdeel van het fokdoel van het KWPN. Osteochondrose (OC) is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Om fokkers beter inzicht te geven in de erfelijke aanleg voor OC is de genoomfokwaarde voor osteochondrose ontwikkeld.
Genetische aanleg
De genoomfokwaarde geeft aan in welke mate een paard genetische aanleg heeft om OC door te geven aan zijn nakomelingen, in vergelijking met de actuele KWPN-populatie. Deze waarde is gebaseerd op DNA-onderzoek en zegt daarmee specifiek iets over vererving, niet over de klinische situatie van het individuele paard.
Toepassing binnen fokkerij en selectie
Hengsten
Spring- en dressuurhengsten die worden aangeboden voor de tweede bezichtiging moeten beschikken over:
- Een genoomfokwaarde voor osteochondrose (OC), welke voorafgaand aan de tweede bezichtiging (opnieuw) wordt berekend.
- Een geldige PROK-beoordeling.
Voor hengsten geldt dat een genoomfokwaarde van minimaal 96 vereist is; het D-OC-predicaat is zichtbaar vanaf een waarde van 99. Een hengst met een genoomfokwaarde van 95 of lager kan in uitzonderlijke gevallen toch worden goedgekeurd, wanneer de (her)keuringscommissie van oordeel is dat er voldoende compensatie aanwezig is. In dat geval moet de PROK-beoordeling zonder uitzondering goed zijn. Hengsten die niet PROK-waardig zijn, kunnen dit uitsluitend compenseren met een genoomfokwaarde van minimaal 99, conform het veterinair reglement.
Merries
Merrie-eigenaren kunnen zowel het PROK-predicaat (op basis van röntgenologisch onderzoek) als het D-OC-predicaat gebruiken voor het verkrijgen van het elitepredicaat. Voor merries geldt een aangescherpte norm voor het gebruik van het D-OC-predicaat: om via D-OC in aanmerking te komen voor het elitepredicaat is een genoomfokwaarde van minimaal 99 vereist. Merries die vóór deze aanscherping reeds aan de toen geldende norm voldeden, behouden het eenmaal verkregen predicaat.
Register A-merries
Voor Register A-merries die voorlopig keur zijn of worden, geldt dat:
- Zij, mits zij voldoen aan de aanlegvereisten (IBOP, EPTM of sportpredicaat), met behulp van het D-OC- of PROK-predicaat definitief keur kunnen worden.
- Bij gebruik van het D-OC-predicaat nog steeds moet worden voldaan aan de röntgenologische normen voor straalbeen en spat, tenzij de vader reeds aan deze eisen voldoet.