KWPN Database
Performance report
Offspring report
Afstammelingen 1985 (veulens)
De in drie groepen (één groep geprikte en twee groepen uitgezochte) getoonde veulens bleken over het algemeen maar matig te zijn ontwikkeld. Qua type viel er nogal wat onderscheid te maken. De groep geprikte veulens stond maar zeer matig in het rijtype, soms zelfs onvoldoende. In de tweede groep uitgezochte veulens kwamen echter correcte types voor.
Het hoofd is weinig aansprekend, doordat het uitdrukking mist, met name bij de geprikte veulens. De hals is vaak diep aangezet en mist een vloeiend lijnenverloop naar de schouder, waardoor voor de schoft een knik ontstaat. In de tweede groep kwam meermalen een korte, rechte hals voor. De schoft miste bij de geprikte veulens lengte en ontwikkeling, maar bleek bij de beide andere groepen toch voldoende te zijn. De schouder is vrij algemeen kort en ligt er ook recht in. De rug is voldoende gespierd en ook de lendenpartij geeft geen reden tot bemerkingen. Met name bij de geprikte veulens en de eerste groep uitgezochte veulens bleek de croupe weinig rijtypisch te zijn, in combinatie met een dikwijls arme schenkel. Ook de broekspier zou verder door kunnen lopen. De croupevorming was in de derde groep beduidend beter. Het voorbeen is veelal minder robuust uitgevoerd met weinig ontwikkeld kniegewricht. Heel dikwijls is de voorstand Frans en meermalen is ook een holle stand waargenomen. Het achterbeen is vrij algemeen lang en minder krachtig gebouwd, hetgeen in de beweging tot uitdrukking komt. Dit geldt ook weer met name voor de groep geprikte veulens.
De veulens die geprikt waren stapten matig; de stap was beter bij de beide andere groepen. De draf was in de laatste groep uitgezochte veulens voldoende tot goed. In beide andere groepen bleek sprake te zijn van een matige draf, kort met weinig of onvoldoende gebruik van het achterbeen en weinig schoudervrijheid. In draf missen de veulens de geslotenheid, de samenhang tussen voor- en achterhand. Enkele veulens gingen daarentegen goed met ruimte, elasticiteit en balans.
Bij de uitgezochte veulens liepen veelal beste merries.
De veterinaire bevindingen hebben betrekking op met name in de eerste groep minder goed gevormde spronggewrichten en soms grof aan de binnenzijde. Ook kwam in die groep herhaaldelijk een reebeen voor.
Kort samengevat: wisselende groepen veulens, zowel in type als in beweging.
Getoond: 26 veulens uit 101 dekkingen.
Niettegenstaande de in dit rapport neergelegde bemerkingen heeft de hengstenkeuringscommissie, gezien het overtuigende bewegingsmechanisme van de hengst zelf, alsmede diens presteren in de sport, besloten de nafok een kans te geven.
Goedkeuringstermijn 1991 (25-09)
De hengst Wellington heeft de waardering "voor het eerst voor drie jaar goedgekeurd", die een belangrijk signaal bedoelt te zijn naar de fokkers, nu ook ontvangen. Zijn prestatievererving kan tweezijdig worden vastgesteld: springen 132 punten (btr 72%) op de index en dressuur 129 punten (btr 55%).
Keurverklaring 1993 (januari)
De hengst Wellington blijkt jaar op jaar de fokkerij positief te ontwikkelen, zowel wat exterieur en beweging betreft, als de doorgifte van prestatiegenen. De laatste indexcijfers zijn voor het springen 134 (btr 79%) en voor de dressuur 124 (btr 65%). Op grond van deze waardevolle inbreng is besloten hem het keurschap te verlenen.
Afstammelingen 1997 (januari; 11-jarigen)
De beoordeling van de 11-jarige nakomelingen van Wellington is één jaar uitgesteld omdat de sportresultaten niet tijdig beschikbaar waren.
Afstammelingen 1998 (januari; 11-jarigen)
Naar aanleiding van de (uitgestelde) beoordeling/rapportage van zijn 11-jarige nakomelingen wordt Wellington definitief goedgekeurd.
De in drie groepen (één groep geprikte en twee groepen uitgezochte) getoonde veulens bleken over het algemeen maar matig te zijn ontwikkeld. Qua type viel er nogal wat onderscheid te maken. De groep geprikte veulens stond maar zeer matig in het rijtype, soms zelfs onvoldoende. In de tweede groep uitgezochte veulens kwamen echter correcte types voor.
Het hoofd is weinig aansprekend, doordat het uitdrukking mist, met name bij de geprikte veulens. De hals is vaak diep aangezet en mist een vloeiend lijnenverloop naar de schouder, waardoor voor de schoft een knik ontstaat. In de tweede groep kwam meermalen een korte, rechte hals voor. De schoft miste bij de geprikte veulens lengte en ontwikkeling, maar bleek bij de beide andere groepen toch voldoende te zijn. De schouder is vrij algemeen kort en ligt er ook recht in. De rug is voldoende gespierd en ook de lendenpartij geeft geen reden tot bemerkingen. Met name bij de geprikte veulens en de eerste groep uitgezochte veulens bleek de croupe weinig rijtypisch te zijn, in combinatie met een dikwijls arme schenkel. Ook de broekspier zou verder door kunnen lopen. De croupevorming was in de derde groep beduidend beter. Het voorbeen is veelal minder robuust uitgevoerd met weinig ontwikkeld kniegewricht. Heel dikwijls is de voorstand Frans en meermalen is ook een holle stand waargenomen. Het achterbeen is vrij algemeen lang en minder krachtig gebouwd, hetgeen in de beweging tot uitdrukking komt. Dit geldt ook weer met name voor de groep geprikte veulens.
De veulens die geprikt waren stapten matig; de stap was beter bij de beide andere groepen. De draf was in de laatste groep uitgezochte veulens voldoende tot goed. In beide andere groepen bleek sprake te zijn van een matige draf, kort met weinig of onvoldoende gebruik van het achterbeen en weinig schoudervrijheid. In draf missen de veulens de geslotenheid, de samenhang tussen voor- en achterhand. Enkele veulens gingen daarentegen goed met ruimte, elasticiteit en balans.
Bij de uitgezochte veulens liepen veelal beste merries.
De veterinaire bevindingen hebben betrekking op met name in de eerste groep minder goed gevormde spronggewrichten en soms grof aan de binnenzijde. Ook kwam in die groep herhaaldelijk een reebeen voor.
Kort samengevat: wisselende groepen veulens, zowel in type als in beweging.
Getoond: 26 veulens uit 101 dekkingen.
Niettegenstaande de in dit rapport neergelegde bemerkingen heeft de hengstenkeuringscommissie, gezien het overtuigende bewegingsmechanisme van de hengst zelf, alsmede diens presteren in de sport, besloten de nafok een kans te geven.
Goedkeuringstermijn 1991 (25-09)
De hengst Wellington heeft de waardering "voor het eerst voor drie jaar goedgekeurd", die een belangrijk signaal bedoelt te zijn naar de fokkers, nu ook ontvangen. Zijn prestatievererving kan tweezijdig worden vastgesteld: springen 132 punten (btr 72%) op de index en dressuur 129 punten (btr 55%).
Keurverklaring 1993 (januari)
De hengst Wellington blijkt jaar op jaar de fokkerij positief te ontwikkelen, zowel wat exterieur en beweging betreft, als de doorgifte van prestatiegenen. De laatste indexcijfers zijn voor het springen 134 (btr 79%) en voor de dressuur 124 (btr 65%). Op grond van deze waardevolle inbreng is besloten hem het keurschap te verlenen.
Afstammelingen 1997 (januari; 11-jarigen)
De beoordeling van de 11-jarige nakomelingen van Wellington is één jaar uitgesteld omdat de sportresultaten niet tijdig beschikbaar waren.
Afstammelingen 1998 (januari; 11-jarigen)
Naar aanleiding van de (uitgestelde) beoordeling/rapportage van zijn 11-jarige nakomelingen wordt Wellington definitief goedgekeurd.
Performance test report
Exterieuromschrijving 1983
Goedsoortige hengst met kwaliteit en hardheid, ook in de onderdanen. Het achterbeen is iets sterk gebogen in de sprong, die ook meer ontwikkeld kon zijn. De hengst mocht nog even meer persoon zijn.
HK Utrecht 1983
Reservekampioen.
Verrichting Ermelo 1983
Vriendelijk, gehoorzaam, eerlijk, tamelijk speels, evenwichtig, goed humeur. Bij begin onderzoek nog groen. In de eerste weken drukte hij de rug weg en was het moeilijk druk op het bit te krijgen. Na enkele weken is dat aanzienlijk verbeterd. Veel souplesse, gaat in alle gangen zeer lichtvoetig. Heel beweeglijke hengst die veel loopt te slingeren en voor zijn ruiter moeilijk is op te sluiten.
Tijdens onderzoek is stap ruim en zeer regelmatig geworden. In draf vaak gespannen ten koste van regelmaat. Bij ontspannen draf regelmatig. Draf heeft voldoende impuls. Galoppeert ruim en elastisch maar maakt sprong onvoldoende af. Presteert goed bij springen onder het zadel. Springt soepel en handig met goede kijk op de hindernis, springt met brutaliteit. Bij vrij springen geen brutaliteit maar presteert goed. Goede terreingalop, in terrein handig op hindernissen. Voor de slede braaf. Veel bereidheid om te werken. Heeft plezier in het werk, ervaart werk als licht. Looplustig.
Rijproef: regelmatige verrichting; rechtergalop minder sterk dan de linker.
Springen ohz: laat zich goed aanrijden op de sprong; blijft goed gesloten tussen de hindernissen.
Springen vrij: handig op de sprong; veel souplesse.
Aangesp proef: ideale trekhouding met mooie passen.
Terreinproef: in steeple en cross zoekend; mooi op de sprong.
Ruim voldoende aanleg als dressuurpaard, veel aanleg als spring- en terreinpaard.
Bij aankomst goede voedingstoestand, die niet veranderd is.
Rustig stalgedrag.
Geen veterinaire bijzonderheden.
Rapportage afgesloten op 03-06.
Goedsoortige hengst met kwaliteit en hardheid, ook in de onderdanen. Het achterbeen is iets sterk gebogen in de sprong, die ook meer ontwikkeld kon zijn. De hengst mocht nog even meer persoon zijn.
HK Utrecht 1983
Reservekampioen.
Verrichting Ermelo 1983
Vriendelijk, gehoorzaam, eerlijk, tamelijk speels, evenwichtig, goed humeur. Bij begin onderzoek nog groen. In de eerste weken drukte hij de rug weg en was het moeilijk druk op het bit te krijgen. Na enkele weken is dat aanzienlijk verbeterd. Veel souplesse, gaat in alle gangen zeer lichtvoetig. Heel beweeglijke hengst die veel loopt te slingeren en voor zijn ruiter moeilijk is op te sluiten.
Tijdens onderzoek is stap ruim en zeer regelmatig geworden. In draf vaak gespannen ten koste van regelmaat. Bij ontspannen draf regelmatig. Draf heeft voldoende impuls. Galoppeert ruim en elastisch maar maakt sprong onvoldoende af. Presteert goed bij springen onder het zadel. Springt soepel en handig met goede kijk op de hindernis, springt met brutaliteit. Bij vrij springen geen brutaliteit maar presteert goed. Goede terreingalop, in terrein handig op hindernissen. Voor de slede braaf. Veel bereidheid om te werken. Heeft plezier in het werk, ervaart werk als licht. Looplustig.
Rijproef: regelmatige verrichting; rechtergalop minder sterk dan de linker.
Springen ohz: laat zich goed aanrijden op de sprong; blijft goed gesloten tussen de hindernissen.
Springen vrij: handig op de sprong; veel souplesse.
Aangesp proef: ideale trekhouding met mooie passen.
Terreinproef: in steeple en cross zoekend; mooi op de sprong.
Ruim voldoende aanleg als dressuurpaard, veel aanleg als spring- en terreinpaard.
Bij aankomst goede voedingstoestand, die niet veranderd is.
Rustig stalgedrag.
Geen veterinaire bijzonderheden.
Rapportage afgesloten op 03-06.